Mijn motivatie


A Wat is mijn motivatie en vanwaar de ‘keuze’ voor het ‘beroep’ uitvaartverzorger.


Voor mij bestaat de dood niet. Dan bedoel ik, de dood als eindpunt van het leven. De dood is alleen maar een eindpunt van ons lichamelijke leven. Ons lichaam houdt een keer op met functioneren maar ons innerlijk leven, onze geest, onze ziel, ons spiritueel ‘lichaam’ kan nooit sterven. Dit is onze basiskracht, deze zorgt in ons aardse leven voor de aansturing van ons lichaam.

Wij zijn dus niet ons lichaam maar onze geest, ziel, ons spiritueel leven. Daar was ik mij in de begintijd van mijn eigen leven ook nog niet helder bewust van maar het leven zelf heeft dit aan mij bewezen.

Deze ‘bewijzen’ kwamen tot mij in de vorm van, hoe kan het ook anders, belevingen. Zo kwam ik er bijvoorbeeld achter dat, op het moment waarop er een familielid overleed waar ik een goede band mee had, ik niet het gevoel had dit familielid ‘kwijt’ te zijn uit mijn leven. Er werd als het ware een (levens)brug geslagen, over de ‘dood’ heen.

Ook ging ik inzien dat de dood zich al aankondigde nog voor een overlijden een feit was. Dan gebeurde er iets in mijn leven wat mij ‘onbewust’ de aandacht deed vestigen op een bepaalde persoon en dan bleek het achteraf ‘tijd’ te zijn voor die persoon om te overlijden.

Door mijn gewekte interesse ging ik boeken lezen over het leven na de dood, waar ook het leven vóór de dood in voorkwam. Aan de hand van het onderwerp dat ik gelezen had kreeg ik in mijn dagelijks leven, door het leven zelf, bewezen wat er in het laatst gelezen hoofdstuk of boek was uitgelegd.

Voor mij is het leven een eindeloze ketting van telkens terugkomen, hier op aarde, om opnieuw verder te leren vanuit daar, waar je het leven ervoor gebleven was. Het is hierom dat we allemaal zo verschillend zijn; de één is verder in innerlijke ontwikkeling dan de ander omdat ieder weer anders zijn/haar levensles(sen) oppakt. Dit resulteert na heel veel levens in een gigantische diversiteit en verscheidenheid aan innerlijke levens, mensen.

Als we dit begrijpen dan staan we in één klap veel dichter bij het leven en dus bij elkaar!

Dat we ons leven meenemen van voor de geboorte is goed waar te nemen wanneer twee kinderen, geboren en opgevoed en opgegroeid in hetzelfde gezin soms een enorm verschil in innerlijk bewustzijn kunnen manifesteren. Sommige kinderen zijn veel ‘wijzer’, innerlijk bewuster, dan de broer of zus. Dit waren zij al voor de geboorte, dat is hun innerlijk bezit. Maar dat maakt hun leven niet belangrijker, enkel anders. Er is niemand méér of beter dan een ander.

Als het leven dan zo mooi en met zoveel diepgang in elkaar zit, waarom overlijden er dan mensen op jonge leeftijd; jongvolwassenen, kinderen, baby’s, ja zelfs ongeboren baby’s? En waarom is er dan zo veel ellende op deze wereld.

Eerst de jonge levens:


B Kinderen/ jonge mensen:


Elk leven dat wij doormaken geeft ons de kans om te werken aan de groei van ons innerlijk leven. Als je al heel ver innerlijk ontwikkeld bent dan ben je klaar met de ‘aardse’ levens, het aardse leven. Dan heb je de ‘stof’ niet meer nodig als ‘leer’stof. Meestal is er dan nog maar een kleine taak voor je om het totaal van je stoffelijke levens hier af te ronden, je overlijdt dan (betekent letterlijk; ‘over het lijden heen’) op het moment dat je je laatste ‘taak’ hebt vervuld.

Zo een taak hoeft niet eens een opvallend actief iets te zijn maar kan ook gewoon zijn dat je er bent voor wie jij tot steun kan zijn met jouw innerlijke liefde. En als je laatste stukje is ‘volbracht’ dan mag je verder gaan in het geestelijk leven. Voor veel mensen is het nog schokkend als dan een zo jong leven ‘wegvalt’ maar het valt niet weg, het gaat verder.
Dit is vaak de basis voor veel verdriet bij ons mensen; we voelen vaak wel het ‘verlies’ maar niet de ‘winst’ van het verdergaan voor dat leven waarvoor het geestelijk leven open ligt.

We zijn dan zo gehecht aan dit leven, het leven van die ander aan onze zijde. Maar als wij kunnen loslaten; kunnen laten (verder) gaan dan gaat er ook voor ons een (eeuwige) wereld open. Dat geeft ons ruimte zonder grenzen. En op die manier is er dan ook plotseling ruimte voor bewustzijn van en verbinding met het innerlijk leven van wie met ons hart, onze ziel verbonden is.

Voor mij is dit geen mooi verhaal of een sprookje meer maar gewoon een feit. En met dit wéten wil ik graag helpen in het verder gaan. Dit zowel voor wie is overleden als voor wie nog hier blijven.

De dood is voor mij een gouden sleutel tot de werkelijke diepgang en betekenis van ons huidige, aardse leven. Zodra er iets op mijn (levens)pad komt wat krachtiger is dan dit dan ga ik me daar weer op storten. Maar dat heb ik nog niet gevonden.


C De betekenis van mijn logo.


Mijn logo staat voor een symbolische weergave van onze levens:
Het puntje onderin staat voor het indalen van de geest in het nog ongeboren menselijk lichaam.

Vanaf de geboorte verbreedt het (stoffelijk) leven zich en in de loop van de jaren ‘manifesteert’ het innerlijk leven zich in het aardse leven. Het gaat een concretere rol spelen in dit stoffelijk leven. Zo verbreedt en verduidelijkt zich ook de kleur in de ‘baan’ van het logo.

(*Zie eventueel ook onderschrift E)
*Na verloop van het leven versmalt de ‘baan’ van het logo; het stoffelijk leven ‘versmalt’ zich. Ons lichaam gaat verzwakken tot het op een gegeven moment is uitgewerkt en volledig stopt met functioneren.

Dan overlijden we en het logo toont dit door aan de top breed uit te waaieren. Dit staat er voor dat ons leven zich verruimt in de onmetelijkheid van ruimte en eeuwigheid. We kunnen weer verder, zonder de beperkingen die ons lichaam ons oplegde.

En, zolang het nodig is komen we steeds weer terug in diezelfde aardse levensloop tot we de volledige innerlijke groei hebben doorgemaakt die het ons mogelijk maakt te leven in harmonie met die eeuwige ruimte en tijd. Dan zijn we nog niet klaar want het geestelijk leven heeft dan ook nog ontwikkelingsstadia voor ons klaar liggen. Zo blijft het leven ons uitdagen.


D Ongeboren/pasgeboren baby’s die overlijden:


Wel over jonge mensen maar over nog ongeboren of pas geboren baby’s die overlijden, heb ik het nog niet gehad.

Het is een soort geestelijke wetmatigheid, als we al onze aardse levens hebben doorlopen en ver genoeg ontwikkeld zijn om puur in de geest verder te kunnen ontwikkelen/groeien dat we dan als belangrijke les nog één keer indalen in het menselijk lichaam en het dan ook weer verlaten. Maar dit keer gebeurt het indalen van ons innerlijk leven in ons volledig innerlijk bewustzijn. Zo ook het weer verlaten van het lichaam. Dit schijnt heel belangrijk te zijn als basis voor het doorgronden van de reis van de menselijke geest/ziel, om zo ook dit machtige stukje te kunnen ‘doorleven’.

Dit ‘gebruiken’ van het menselijk ‘baby’lichaam voor deze belangrijke les komt voornamelijk voor bij ouders die dit kunnen ‘dragen’. Het is zeer heftig voor ouders om een ongeboren of pasgeboren kind te ‘verliezen’ maar bij wie ik dit heb meegemaakt heb ik van de betreffende ouders telkens meegekregen dat zij dit toch ergens wel kunnen plaatsen. Het maakt natuurlijk ook alle verschil of dat je als jonge ouder je kind, als zijnde je bezit, wordt ontnomen of, voelt dat je een ziel mag dienen door te géven voor deze belangrijke zielsles!

Conclusie:
Als u bovenstaande onderwerpen heeft gelezen, kunt u zich dan nog voorstellen dat er ander werk of een ander soort dienstverlening zou bestaan waarin ik zoveel betekenis en diepgang kan ervaren en delen als wat ik nu doe? Ik vind het machtig en ben dankbaar dat ik hier iets in mag betekenen.


E Als het stoffelijk leven zich ‘versmalt’:


Verdieping in het leven.

Vertraging geeft ons ‘verdieping’

Als je vertraagt dan neem je anders waar. Bijvoorbeeld, als je auto rijdt dan kun je overal naar toe maar door de snelheid zijn er veel details die je mist, voorbij rijdt. Als je op de fiets gaat dan duurt het veel langer voor je op je bestemming bent maar je hebt veel meer ‘meegekregen’, ‘beleefd’ van je omgeving.

Dat zie ik ook bij mensen die, als ze ouder worden bijvoorbeeld ‘over moeten stappen’ van de auto naar een scootmobiel.
In eerste instantie is er meestal een weerstand om toe te geven aan de teruggang van mobiliteit. Als deze teruggang geaccepteerd wordt en plaats maakt voor het ‘open staan’ voor de ‘vertraagde’ beleving, gaat er een nieuwe, gedetailleerde, wereld open.

Je wordt je meer bewust; staat meer stil bij wat er om je heen is. Je ‘beleeft’ meer de diepgang van je leefwereld.

Hoe minder je kunt qua beweging hoe meer je leven zich ‘beweegt’, ingaat in de beleving.

Zo heb ik het ook meerdere malen meegemaakt dat mensen die lichamelijk helemaal tot stilstand zijn gedwongen, door alleen maar te kunnen zitten of liggen, dat die al gauw veel bezig zijn met de diepe gronden van betekenis van dit/het leven.


F Nog een stapje verder:


Volledig voorbij de mobiliteit van dit leven; de dood.

Als ons lichaam ons in het geheel niet meer kan dragen dan gaan we de, voor ons denkbare, grootste vertraging tegemoet; de dood.
De dood ‘schenkt’ ons de mogelijkheid van geweldige/ ultieme verdieping. Er is dan geen snelheid meer die ons enig zicht ontneemt op het innerlijke van het leven. Als je daar dan voor open kunt staan: wat een openbaring!

De dood is niets anders dan innerlijk leven. Daarmee is de dood de kern van hèt leven. Zo bestaat er geen doodgaan als alleen maar het doodgaan van ons lichaam. Om de diepte en ware betekenis er van te leren kennen moeten wij door de stoffelijke dood heen. De dood is eigenlijk de beleving van de diepte van het leven.

Ook pijn kan, door de vertragende werking, diepgang teweeg brengen. Soms voor degene die pijn heeft, soms voor wie voelt dat een ander pijn heeft.

Pijn kan je zo beperken, of het nu lichamelijke, emotionele of geestelijke pijn is dat je min of meer wordt ‘gedwongen’ door die pijn (die ook kan worden gezien als een vertraging van het stoffelijke leven) zaken te zien die je voorheen, toen alles ‘goed’ ging niet waarnam.

Zo kan ook het gewaar worden van pijn, in iedere vorm, bij een ander jou (jouw leven) doen ‘stil staan’ bij dat leven van die ander. Dat ‘stil staan’ is altijd een vorm van verdieping van je eigen leven. Daarbij dien je niet te vergeten stil te staan bij je eigen leven, ter voorkoming verslaafd te raken aan er enkel te zijn voor anderen. Het hele leven kent heuvels (uitdagingen) om te beklimmen (aan te gaan) maar ook valkuilen, waar je in kunt blijven steken.


G Slotwoord


Samen-werken aan verder gaan

De benaming ‘uitvaart’ betekent letterlijk; uitvaren.

Symbolisch is dit te vergelijken met dat we allemaal in ons eigen kleine bootje ronddobberen op de binnenvaarwegen van dit huidige leven. Dat huidige leven op die binnenwateren heeft allemaal zijn beperkingen; door de drukte op de vaarwateren botsen we nogal eens tegen elkaar of tegen de wal (onszelf) op.

Dat raakt ons, maar dat geeft ons ook de gelegenheid om te leren beter afstand te houden en elkaar(s) (plek in dit) leven te respecteren, inclusief ons eigen leven. En daardoor, zonder kleerscheuren, samen te varen, te leven.

Als er nu één uit onze vloot is overleden (over het lijden door de beperkingen heen, van onze bootjes en, soms smalle, bochtige vaarwegen) dan stapt deze uit zijn of haar bootje (lichaam). Deze geest of ziel stapt dan over in de Goddelijke vloot van het universum; de hierna voor ons wachtende oceaan van universele ruimte in licht.

We gaan dan alleen maar verder. Wat is het dan zonde als wij, als achterblijvers, in ons leven verkrampen van verdriet, door het eindigen van het leven van wie ons dierbaar is.

Dan liggen we daar met onze bootjes, vastgelopen op een zandbank of lekgeslagen aan de wal. Hoe krachtig kan het dan zijn als we beseffen dat het leven van deze dierbare, wie ons lief is, niet beëindigd is maar verder gaat.

Zouden wij dan ook niet graag verder dobberen en zo groei geven aan ons eigen leven en dat van anderen? Zodat we, als onze ‘tijd’ gekomen is, ook verder kunnen gaan door over te stappen op dat Goddelijke schip van het universum?

In mijn rol als uitvaartverzorger/begeleider draag ik graag bij om er samen een inhoudelijke basis van te maken van waaruit ieder weer verder kan en mag gaan.